Skip to content

Kindercatechese over de verloren zoon.

EVANGELIE

Lucas 15, 1-3, 11-32
Pagina 54 van het gezinsboek Veertigdagentijd van pastoor Michel Hagen

Een gezinsboek waaruit jullie elke dag met elkaar kunnen lezen gedurende de Veertigdagentijd. Het boek bevat voor iedere dag een voorleesverhaal voor 4-6 jarigen en één voor 7-12 jarigen. De verhalen gaan allemaal over Jezus. Daarbij staan ook mooie afbeeldingen. Voor de volwassenen is er ook een ‘daglichtje’. Een korte tekst om over na te denken. Het boek is een goed hulpmiddel om God door Jezus beter te leren kennen. Dit is belangrijk , want zoals pastoor Hagen zegt in zijn inleiding: “God kennen gaat alles te boven”. Het boek staat garant voor een fijn dagelijks voorleesmoment samen en een gesprekje over het geloof. Je kunt er ook mee vooruit, want het boek bevat voor alle dagen drie verhalencycli die gelijk zijn aan de jaren A, B en C in de Kerk. Dus voor de komende drie jaar steeds nieuwe dagelijkse verhalen.
Ons Dagelijks Brood – Veertigdagentijd
Korte verhalen uit het Evangelie voor iedere dag
Te bestellen op www.dagelijksbrood.nl € 17,95 per stuk (inclusief verzendkosten)

WIJ PRATEN NA OVER HET EVANGELIE

Wat vonden jullie van dit verhaal?
(…)

Over wie ging dit verhaal?
(…)

Het verhaal gaat over drie personen: de vader en twee zonen. Zullen we eens naar al die drie personen kijken?
Laten we eerst eens kijken naar de jongste zoon. Wat doet de jongste zoon en wat gebeurt er met hem?
(…)
– Op een dag stopt hij al zijn spaargeld in zijn zak en gaat op reis weg van huis.
– Hij doet net alsof het elke dag feest is. Hij koopt taart en snoep en nog veel meer.
– Maar zo raakt al zijn geld op. Hij kan geen eten meer kopen. Het gaat slecht met hem, heel slecht
– Hij gaat nadenken en komt tot inkeer. Hij heeft spijt.
– Hij gaat terug naar zijn vader en zegt: sorry pap het spijt me, het was echt fout wat ik heb gedaan.

Wat doet de vader?
– Als zijn zoon terug komt slaat hij een arm om hem heen en geeft hem een kus. Hij zegt: “dek de tafel we gaan feestvieren”

Wat doet de oudste zoon?
– die wordt kwaad
– Hij zegt: dat is niet eerlijk. Het was verkeerd wat hij heeft gedaan. Krijgt hij geen straf?

Wat wil Jezus ons nu zeggen met dit verhaal?
(…)
Hij wil iets over God zeggen. Die vader is onze Vader in de hemel. Er is een belangrijk zinnetje aan het einde van het verhaal. De oudste zoon zegt “ die zoon van u “ maar de vader zegt: “die broer van jou” . De boodschap van God naar ons is: “Jullie mensen op aarde jullie zijn broers en zussen van elkaar, jullie zijn allemaal mijn kinderen. Probeer elkaar te zien als broers en zussen en probeer elkaar steeds te vergeven.”

De vergeving van de Vader aan ons moet doorgaan; wij moeten elkaar vergeven. Als wij die keten van vergeving verbreken gaat de haat door. Want zonder vergeving blijft haat over.

Er zitten in dit verhaal veel dingen waar we over na kunnen denken. Laten we in elk geval 1 ding goed onthouden: Soms doen we dingen in ons leven die niet goed zijn. Maar hoe verkeerd we het ook hebben gedaan, we kunnen altijd terug naar onze Vader in de hemel. Hij wacht op ons met open armen en Hij is blij als we bij Hem terug komen.

Hebben jullie wel eens gevist?
(…)
Hoe doe je dat?
(…)
En wat doe je daarna met de vis?
(…)
In het verhaal van vandaag gaat het ook over vissers. Luister maar.

EVANGELIE

Lucas 5,1-11

Op een dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennésaret. De mensen kwamen naar Hem toe om te horen over God. Toen zag Hij twee boten liggen aan de oever van het meer. De vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten. Hij stapte in één van de boten. Het was de boot van Simon. Jezus vroeg Simon om een stukje van de wal af te varen. Hij ging zitten en vanuit de boot ging hij verder met lesgeven aan de mensen.
Toen Jezus klaar was met les geven, zei Hij tot Simon: “Vaar nu naar het diepe en gooi je netten uit voor de vangst.” Simon antwoordde: “Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen; maar omdat U het zegt zal ik de netten uitgooien.”
Ze deden het en vingen zulk een massa vissen dat de netten bijna gingen scheuren.
Daarom vroegen ze hun vrienden in de andere boot om te komen helpen. Toen die gekomen waren vulden zij de allebei de boten met vissen tot die bijna zonken. Toen Simon Petrus dit zag knielde hij voor de voeten van Jezus neer en zei: “Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.”
Omdat de vangst zo groot was, waren Simon Petrus en de anderen, Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, van streek en ontzet.
Maar Jezus zei tegen Simon: “Wees niet bang, voortaan zal je mensen vangen.”
Toen brachten ze de boten aan land en lieten alles achter om Jezus te volgen.

WIJ PRATEN NA OVER HET EVANGELIE

We hoorden net dat Jezus in de boot van Simon Petrus stapte. Laten we eens net doen of jij Simon Petrus bent. Je bent visser en hebt samen met je vrienden Jakobus en Johannes de hele nacht op je boot gezeten op het meer, maar je hebt niets gevangen. Je bent terug gevaren naar de wal en je spoelt de netten. Wat gebeurt er dan? Vertel jij eens stapje voor stapje wat je mee maakt. Praat maar alsof jij Simon ben.
(…) Elementen voor gesprek samen
– Jezus komt aan boord; eerst geeft hij les aan de mensen aan de kant.
– Dan zegt Hij tegen je: “Vaar naar het diepe en gooi je netten uit.” Wat vind je daar van? Je hebt het al de hele nacht geprobeerd en het lukte niet. Toch doe je het; je doet wat Jezus zegt. En je stelt geen vragen.
– Wen wat gebeurt er? Je netten zitten barstensvol met vis.
– Je hebt de boot van je vrienden nodig om alle vis binnen te halen en je redt het maar net met die 2 boten om alle vis er in te leggen.
– Je kijkt er naar en je weet niet wat je ziet, je bent ontzet. Ontzet dat is verbaasd met schrik erbij, een beetje bang ook.
– Je knielt bij Jezus neer en wat zeg je dan? (…) “Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.” Wat bedoel je daarmee? (…) Zoiets als “Heer ga van mij weg, u bent heilig en goed en ik ben maar klein en maak fouten.”
– En wat zegt Jezus tegen je? (…)Hij zegt: “Wees niet bang, voortaan zal je mensen vangen.”
– Wat doe jij? (…) Je brengt je boot op het droge en je laat alles achter om Jezus te volgen.

Dat is wat hè, alles achter laten om Jezus te volgen. Jezus had Simon Petrus ook wat beloofd: hij zal mensen gaan vangen, hij wordt visser van mensen.
Wat bedoelt Jezus nu met ‘mensen vangen”.
(…)

Laat ik eerst nog wat anders vragen: voor wie moeten ze mensen gaan vangen?
(…)

Ja, voor God.

Zou jij graag door God gevangen willen worden?
(…)
Waarom?

En jij?
(…)

Wat betekent dat nu als God je vangt? Waarom wil Hij dat? Wat gaat Hij dan met je doen?
(…)

Bestaan ze nu nog mensenvissers? Wie zijn dat?
(…)

We zijn bijna aan het einde van deze catechese gekomen. We hoorden dat Jezus ons mensen graag wil vangen. Niet om ons gevangen te nemen, nee juist niet. Hij wil ons vangen om ons echt vrij te maken. Vrij om te kiezen voor God, voor het goede.

Kindergebed – Mensenvisser

kruisteken
Goede God

Simon Petrus liet alles achter
Om u te volgen

Ik bid dat ook ik net als Simon Petrus
Naar U mag luisteren, en U mag volgen

Ik bid ook voor priesterroepingen
Dat er jongens en mannen zijn die uw roepstem
horen om priester te worden
dat zij naar uw oproep luisteren.

Amen

Goede God

Simon Petrus liet alles achter
Om u te volgen

Ik bid dat ook ik net als Simon Petrus
Naar U mag luisteren, en U mag volgen

Ik bid ook voor priesterroepingen
Dat er jongens en mannen zijn die uw roepstem
horen om priester te worden
dat zij naar uw oproep luisteren.

Amen

Vandaag horen we het verhaal van Zacheüs. Zacheüs was tollenaar. Dat betekent dat hij bij de Tol werkt, de belastingdienst. Nou moet ik daar eerst iets bij vertellen. In de tijd van Jezus waren de Joden niet zelf de baas in hun land Israël. Hun land was bezet, bezet door de Romeinen. De Romeinen waren dus de baas in Israël. Je kan dat vergelijken met de Tweede Wereldoorlog. Toen waren de Duitsers de baas in Nederland en in België en in nog meer landen. Wat heeft dat nu met Zacheüs te maken? Zoals ik net al zei werkte Zacheüs voor de belastingdienst, de Tol. Omdat de Romeinen de baas waren in het land, werkte hij dus voor de Romeinen. Jullie snappen wel dat de meeste mensen dat maar niks vonden. De Romeinen waren de bezetters, de indringers, de vijanden. Zacheüs had ook nog eens een hoge baan bij de Tol en hij was erg rijk. Dus hij werkt niet alleen voor de vijand, maar hij werd er ook nog rijk van!

Wat denken jullie wat de mensen van Zacheüs dachten?
(…)

Dat klopt de mensen hadden een hekel aan hem en ze vonden het een foute man. Toch overkomt hem iets heel bijzonders, luister maar…

EVANGELIE

Lucas 19, 1-10

Jezus komt in Jericho en trekt door de stad. Daar is een man die Zacheüs heet. Hij is oppertollenaar en hij is rijk. Hij wil wel eens zien wat Jezus voor iemand is. Dit lukt hem niet. Het is druk er zijn heel veel mensen en Zacheüs is klein. Daarom rent hij vooruit en klimt in een wilde vijgenboom om Jezus te kunnen zien als Hij voorbij komt.

Als Jezus bij de boom komt waar Zacheüs in zit, kijk Hij omhoog en zegt tegen hem: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis te gast zijn.’ Zacheüs komt vlug naar beneden en ontvangt Jezus met vreugde.

Iedereen die het ziet spreekt er schande van. ‘Hij gaat het huis van een zondaar binnen’, zeggen ze. Zacheüs spreekt Jezus aan. ‘Heer,’ zei hij, ‘hierbij geef ik de helft van mijn bezit aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.’
Jezus antwoordt: ‘Vandaag is er redding gekomen voor dit huis, want ook hij is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.’

Zacheus in de boom
Zacheus in de boom ingekleurd tijdens de kleuterkerk

Zacheus in de boom

Zacheus in de boom ingekleurd tijdens de kleuterkerk

WIJ PRATEN NA OVER HET EVANGELIE

Wil jij proberen om het verhaal eens na te vertellen?
(…)

Ja, inderdaad het was druk in de stad Jericho want Jezus trok door de stad. Alle mensen wilden hem zien. Zacheüs ook, maar hij was klein. Hij klom daarom in een boom om Jezus te kunnen zien. En dan gebeurt het. Jezus kijkt omhoog en zegt tegen Zacheüs: “Ik kom vandaag bij jou op bezoek.”

Wat vond Zacheüs daarvan?
(…)

Ja hij was blij.

Zacheüs was dus erg blij dat Jezus bij hem thuis kwam. Wat vonden de mensen er van? Waren ze blij voor Zacheüs? (…)

Inderdaad de mensen waren helemaal niet blij. Ze spraken er schande van. Ze mopperden: Nou ja moet je kijken wat Jezus nu doet. Hij gaat binnen bij Zacheüs, weet hij wel wie Zacheüs is en wat hij doet? Zacheüs werkt samen met de vijand, hij gaat er steeds van door met onze centen. Ze protesteren, ze mopperen en morren, ze knarsetanden, ze zijn boos, jaloers en verontwaardigd. Bij ieder ander had Jezus naar binnen kunnen gaan, maar niet bij Zacheüs, die valse tollenaar.

Je kan het zo vergelijken: stel Jezus komt langs op school en dan kiest hij de ergste pestkop uit om bij op bezoek te gaan. Je zou dan ook kunnen denken: waarom doet Jezus dat? Dat is een pestkop, dat Jezus nu bij hem op bezoek gaat…

Maar Jezus doet het toch. Hij gaat wel binnen bij Zacheüs. En denk nou niet dat Jezus het niet wist, dat Zacheüs tollenaar was. Jezus wist precies wie Zacheüs was en ook wat hij allemaal had gedaan. Jezus kent hem en Hij roept hem bij zijn naam en hij nodigt zichzelf uit, Hij weet waar Hij moet zijn.
Waarom denk je?
(…)

Jezus kijkt en luistert anders dan wij, Hij ziet iets in Zacheüs dat wij niet zien. God ziet het hart, de binnenkant, van mensen. Wij kunnen alleen de buitenkant zien, de omstandigheden. Wij horen alleen wat iemand met de mond zegt, en soms ook wat andere mensen over hem zeggen. God luistert ook naar het hart.
Wij gedragen ons naar wat wij zien en horen. God gedraagt zich naar wat Hij ziet en wat Hij hoort. Wij zien in dit verhaal dat Jezus Zacheüs een nieuwe kans geeft.

Wat fijn voor Zacheüs dat hij een nieuwe kans krijgt. Weten jullie? Niet alleen Zacheüs krijgt van God een nieuwe kans. Wij ook. Ook al doen wij heel verkeerde dingen, maken we het bont, God blijft in ons hart kijken. We krijgen altijd weer een nieuwe kans om het opnieuw te proberen. Bij God is er geen laatste kans.

Wat doet Zacheüs met die kans?
(…)

Hij zegt: Ik geef de helft van mijn bezit aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.
Hij wil het dus goed maken en zijn leven beteren.

Wie had ooit verwacht dat Zacheüs de helft van zijn bezit aan de armen zou geven? Als hij miljonair was, hoeveel geeft hij dan weg?
(…)
Ja wel een half miljoen! Een half miljoen voor arme mensen omdat Jezus er juist wel voor koos om bij de slechterik naar binnen te gaan.

Weten jullie, elk huis wordt een ander huis als Jezus er binnengaat. Je kunt een huis niet beter opbouwen dan door Jezus uit te nodigen. Een stal wordt een paleis, bij zijn geboorte, een ezel wordt een koninklijk dier als Jezus er op zit, gewone vissers worden apostelen, als Jezus ze roept, een tollenaar wordt een weldoener, als hij Jezus in zijn huis ontvangt.

Wijzelf zijn ook als een huis waar wij Jezus kunnen ontvangen. Als Jezus bij ons te gast is, worden we andere mensen, net als Zacheüs. Want meer dan in zijn huis, ontving Zacheüs Jezus in zijn hart. Zoals Jezus de ogen van de blinde genas, de benen van de lamme, de oren van de dove, zo genas Jezus Zacheüs in zijn hart, door bij hem binnen te gaan. Als Jezus de gast van ons hart is, worden we een ander mens. We gaan dan ook steeds meer op Jezus, worden steeds meer kind van God.

Laten we dus proberen om Jezus steeds welkom te heten in ons hart.
Het verhaal van Zacheüs laat ons ook zien wat er kan gebeuren als mensen een nieuwe kans krijgen. Omdat wij bij God horen, is het belangrijk dat ook wij mensen niet afwijzen, maar een nieuwe kans geven. Laten we God helpen om alle mensen er bij te laten horen.

Bijvoorbeeld die pestkop op school. Misschien zegt iedereen wel: die mag niet meer met ons mee spelen. Die pest toch alleen maar. Misschien kan jij dan zeggen: geef hem nog een kans.
En dat vinden we allemaal moeilijk om dat te zeggen. We mogen daarom aan God vragen of hij ons helpt. We hebben daarvoor een gebedje.

Kindergebed nieuwe kans geven

Lieve Jezus,
U geeft mij altijd een nieuwe kans.
Dank u wel.
Ik wil graag bij U horen
En ook zelf aan anderen nieuwe kansen geven,
aan mensen om mij heen.
Wilt U mij daarbij helpen?
Amen

Vandaag gaan we het hebben over drie heilige vrouwen Hedwig, Elisabeth en Marguerite. Ze leefden in de middeleeuwen. Dat is ook de tijd van Sint Franciscus van Assisi. In die tijd waren er grote verschillen tussen aan de ene kant de rijke en machtige mensen en aan de andere kant de armen en zwakke mensen. De rijken en machtigen zorgden helemaal niet goed voor zieken en voor armen. Ze lieten ze gewoon aan hun lot over. Een land vol met armen, zieken en hongerigen en niemand deed daar iets aan. Maar plotseling, zo rond het jaar 1200, kwamen er drie vrouwen die het verschil maakten. Zij begonnen met het bouwen van ziekenhuizen en verzorgingstehuizen en het steunen van armen. Luister maar:

De Heilige Hedwig

Hedwig (1174) kwam uit een rijke, machtige familie. Toen ze 12 jaar was, moest ze van haar vader trouwen met Hendrik I de hertog van Silezië. Toen Hedwig trouwde en bij de hertog ging wonen, zag ze de armoede en het lijden van het volk. Ze had veel medelijden met ze. Ze haalde haar man over om beter voor de armen te zorgen. Eerst voor de mensen die bij hun in huis werkten, maar langzamerhand voor alle mensen in het land.

Ze ging ook zelf aan de slag. Zo ging ze zelf brood uitdelen aan de armen. Ze wasten hun voeten en trok hen schone kleren aan. Omdat goed te regelen liet Hedwig in Trzebnica een klooster bouwen. Dit klooster kreeg als speciale taak om te zorgen voor armen en oude mensen. Zo hadden deze mensen een plek om naar toe te gaan. En dat gebeurde ook. Het klooster werd een plek waar alle armen en oude mensen heen konden gaan.

Elisabeth van Thuringen

We komen nu op de tweede heilige van vandaag: Elisabeth (1207). Ze leefde op het kasteel de Wartburg in de streek Thuringen. Ook Elisabeth kwam net als Hedwig uit een voorname familie. Sterker nog: Hedwig was haar tante! Elisabeth was de dochter van de koning van Hongarije en ze trouwde met Lodewijk, de hertog van Thüringen. We noemen haar daarom ook wel Elisabeth van Thüringen. Zo raken we niet in de war met andere heiligen die Elisabeth heten.
Na hun huwelijk brak een grote hongersnood uit in hun land. Hongersnood dat betekent dat de mensen niet genoeg te eten hadden. Dit was vooral een probleem van de armen. Elisabeth en Lodewijk hadden geen honger want zij hadden in hun paleis grote schuren en opslagplaatsen vol met eten. Zij deelden dit eten uit aan de armen die honger hadden. En ze gaven niet een beetje, nee ze gaven heel veel. Zoveel zelfs dat de familie en de mensen die in het paleis werkten bang werden dat er niets zou overblijven.
Na de hongersnood vertrok Lodewijk naar Italië. Helaas overleed hij onderweg in Italië. Elisabeth was toen pas 20 jaar en ze bleef alleen achter met drie kleine kinderen om voor te zorgen. Tot overmaat van ramp werd Elisabeth door de broer van haar man van haar kasteel weggejaagd. Maar Elisabeth liet zich niet uit het veld slaan. Ze was niet meer rijk en het geld dat ze nog had, gebruikte ze om in de stad Eisenach een huis voor armen en zieken te kopen. Ze vroeg een van haar dienstmeisjes, Jutta, om voor het huis en de mensen die er woonden te zorgen. Zelf ging Elisabeth wonen bij een groep volgelingen van Sint Franciscus in de stad Marburg, dat noemen we de derde orde, en ze beloofde voortaan net zo te zullen leven als Franciscus (die toen nog maar net dood was). Nu kon ze al haar liefde en aandacht geven aan de zieken. Ze stichtte een verzorgingshuis en ze ging voor de armen en zieken zorgen.

Marguerite

Onze laatste heilige van vandaag, Marguerite (1250), komt uit Frankrijk. Ze was getrouwd met Charles van Anjou, een machtig man, die koning was van Napels en Sicilië. Ze wilde heel graag iets doen voor de zieken en liet daarom een ziekenhuis bouwen. Ze ging zelf in het ziekenhuis werken en toen ze stierf kreeg het ziekenhuis haar geld. En het ziekenhuis is er nog steeds ergens in Frankrijk.

Als we heel ziek zijn waar gaan we dan naartoe?
(…)
Inderdaad naar het ziekenhuis. Daar zijn doktoren die proberen om ons beter te maken en verpleegkundigen die ons verzorgen.

Als we oud zijn en ons lichaam doet het minder goed en we kunnen niet in ons eigen huis wonen, waar kunnen we dan heen?
(…)
Inderdaad naar een verzorgingstehuis. Daar werken mensen die je dan helpen met de dingen die je zelf niet meer kan. Bijvoorbeeld koken en soms helpen ze je met wassen. Dat soort dingen.

Als we geen baan hebben, hebben we dan ook geen geld?
(…)
Dat is heel vervelend hè als je geen baan hebt. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Je kunt geen baan vinden of je bent niet gezond en je kan niet werken. Als je geen baan hebt verdien je ook geen geld. Gelukkig krijg je dan in veel landen geld van de Staat. Alle mensen samen stoppen daarvoor geld in een pot en mensen die het nodig hebben krijgen daar een beetje uit. Zodat ze ook kunnen eten en kunnen wonen. Dat heet ‘bijstand’.

Voor ons is dat nu allemaal heel gewoon: ziekenhuizen, verzorgingshuizen en bijstand. In de tijd van Hedwig, Elisabeth en Marguerite bestond dit allemaal nog niet. Zieken, ouderen en armen moesten het maar zelf oplossen. En dat kon heel vaak niet, dus dat was echt heel zielig. Hedwig, Elisabeth en Marguerite vonden dat ook. Zij zagen dat en voelde mee met de zieken, ouderen en armen. En daar bleef het niet bij. Ze deden ook echt iets voor hen. Ze zorgden voor ziekenhuizen, verzorgingshuizen en hulp voor de armen. Hedwig, Elisabeth en Marguerite hebben dus iets goed gedaan toen en ook nog voor nu. Maar waarom deden zij dat? Wat denk je?

(…)

Ze hielden veel van Jezus en wilden graag dicht bij Hem zijn.
Maar hoe zit dat nu precies? Waarom kom je dicht bij Jezus als je armen en zieken helpt?
(…)

Weten jullie wat ik denk? Dat ze misschien wel moesten denken aan iets dat in het Evangelie staat.

EVANGELIE

Ik lees een stukje aan jullie voor (Mt 25,31-46)

God is als een koning. Op het allerlaatst zal de koning zeggen.
Jullie zijn gezegend, want:
Ik had honger en jullie hebben Mij te eten gegeven.
Ik had dorst en jullie hebben Mij te drinken gegeven.
Ik was vreemdeling en jullie hebben Mij opgenomen.
Ik was naakt en jullie hebben Mij gekleed.
Ik was ziek en jullie hebben Mij aandacht gegeven
Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Mij toe.”

De mensen zeiden tegen de koning:
Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven,
of dorstig en U te drinken gegeven?
Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen,
of naakt en hebben we U gekleed?
Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?

De koning antwoordt:
Alles wat je voor één van de minste van mijn broeders en zusters hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.

WE PRATEN NA OVER HET EVANGELIE

Wat zegt Jezus hier nu precies? Heb jij een idee wat Jezus bedoelt met ‘Ik had honger en jullie hebben Mij te eten gegeven’ en ‘Alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.’?

(…)

Het betekent dat als je eten geeft aan iemand die honger heeft, je tegelijk ook Jezus helpt. Of als je op bezoek gaat bij iemand die ziek is, je ook naar Jezus gaat.
Maar hoe kan dat?
(…)
Stel je voor: jij bent heel ziek zo ziek dat je in het ziekenhuis komt en je moet daar zelfs blijven Dan komt er een goede dokter en die maakt jou weer beter. Je mag weer naar huis. Hoe voelen jou pappa en mamma zich dan?
(…)
Heel blij hè? Pappa en mamma voelen met jou mee. Ze voelen zich er zelf ook ziek van als jij ziek bent. En als je weer beter bent zijn ze heel blij.

Met God is dat ook zo. Als de mensen lijden, lijdt God ook. Als mensen verdriet hebben, heeft God dat ook. En… als wij iets goeds doen voor mensen, voelt God dat ook. En daarom zegt Jezus: Alles wat je voor een ander doet dat doe je ook voor Mij.
Zo is Jezus met ons betrokken. Wij zij Gods kinderen. Alle mensen zijn Gods kinderen.
Alles wat we doen voor een ander, doen we voor Gods kind en doen we ook voor God zelf.

Iets goeds doen voor een ander,
ook al is het klein,
het maakt God blij

De Heilige Hedwig, Elisabeth en Marguerite hebben dit Evangelie dus goed gehoord en er wat mee gedaan. Om de goeie dingen die ze deden zijn ze nu heilig. Zo
gaat dat. En omdat ze hun goede werk gedaan hebben, hebben wij in Europa nu
ziekenhuizen en ouderen huizen. Als je eens langs zo’n gebouw fietst, denk
dan nog maar eens terug aan wie er ook alweer voor gezorgd hebben dat het er
staat.

Kindergebed M25

Goede God,
Eten geven aan mensen met honger
Drinken geven aan mensen met dorst
Gastvrij zijn voor vreemdelingen
Kleding geven aan mensen die geen kleding hebben
Zieken bezoeken
Mensen in de gevangenis niet vergeten.
U vindt dat belangrijk
En daarom wil ik het graag doen
net als de heiligen die U hebben gevolgd.
Helpt u mij daarbij, op voorspraak van de heiligen:
Hedwig, Elisabeth en Marguerite?
Amen

Goede God,
Eten geven aan mensen met honger
Drinken geven aan mensen met dorst
Gastvrij zijn voor vreemdelingen
Kleding geven aan mensen die geen kleding hebben
Zieken bezoeken
Mensen in de gevangenis niet vergeten.
U vindt dat belangrijk
En daarom wil ik het graag doen
net als de heiligen die U hebben gevolgd.
Helpt u mij daarbij?
Amen

Lieve Jezus,
U geeft mij altijd een nieuwe kans.
Dank u wel.
Ik wil graag bij U horen
En ook zelf aan anderen nieuwe kansen geven,
aan mensen om mij heen.
Wilt U mij daarbij helpen?
Amen

Vandaag praten we over ‘de hemel’. De hemel is het eeuwig leven met God. Zoals altijd beginnen we met een verhaal uit het Evangelie. Het verhaal gaat over de hemel, en toch noemt Jezus de hemel niet. Luister maar zo goed mogelijk en daarna praten wij er samen over verder.

EVANGELIE

Joh. 14, 1-6

Jezus was samen met zijn leerlingen. Hij zei:
”Je hoeft niet ongerust te zijn: Jullie geloven in God, zo kunnen jullie ook in Mij geloven. In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Als dit niet zo zou zijn, dan zou ik het jullie hebben gezegd. Want Ik ga weg om een plaats voor jullie klaar te maken. En als jullie plek klaar is kom Ik terug om jullie op te nemen bij Mij. Dan zullen jullie ook zijn waar Ik ben. Jullie weten dat Ik weg ga en ook de weg daarheen kennen jullie.”

Toen zei Thomas tegen Jezus: ”Heer, wij weten niet waar U naar toe gaat, hoe moeten wij dan de weg er naar toe kennen?”
Jezus antwoordde hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven; alleen door Mij kunnen mensen bij de Vader komen.”

WE PRATEN NA OVER HET EVANGELIE

Het Huis van de Vader

In dit Evangelie vertelt Jezus over het huis van zijn Vader. Hij bedoelt daarmee het huis van God de Vader, de hemel.

Hoe denken jullie dat het daar is in de hemel?
(…)

Als ik jullie zo hoor is de hemel een mooie en fijne plek. En dat klopt ook. De hemel is volmaakt. Alles is er helemaal goed. We kunnen nadenken over de hemel, maar niemand weet hoe de hemel eruit ziet. In de Bijbel staat daarover “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan zich voorstellen wat God in petto heeft voor de mensen die van Hem houden” (1 Kor. 2,9)”

Je kan de hemel dus niet beschrijven. Niemand op aarde heeft hem gezien en de hemel is zo mooi dat woorden tekortschieten. In de Bijbel worden wel beelden gebruikt voor de hemel. Er wordt dan gesproken van: leven, licht, vrede, bruiloftsfeest, vaderhuis, paradijs. En weten jullie wat het allerbelangrijkste is aan de hemel? Het enige dat we wel vast en zeker weten?
(…)

Dat we bij God zijn. In de hemel zijn we samen met God; met Jezus, met de Vader en met de heilige geest. En we leven door in de hemel. Ons leven stopt niet na onze dood op aarde. We leven door, voor eeuwig, samen met God.

Er is ruimte voor velen

In het Evangelie horen we dat Jezus zegt dat er plaats is voor velen in de hemel. Gelukkig maar. We hoeven dus niet bang te zijn dat er geen plek is, dat de hemel vol is. Dat zegt Jezus ook: wees er maar niet ongerust over. Weten jullie ook hoe we de mensen die al in de hemel zijn noemen?
(…)

Ja de heiligen. Heiligen zijn mensen die bij God in de hemel zijn.
Er zijn bekende heiligen. Natuurlijk Maria en Jozef. En we hebben het in eerdere catecheses al gehad over de heilige Franciscus, Lucia en de Heilige Drie koningen. Maar er zijn veel meer mensen in de hemel. Ook mensen die wij kennen; opa’s en oma’ s bijvoorbeeld.

In de hemel zijn dus God en de heiligen. Wie zijn er nog meer in de hemel?
(…)

De engelen.

Verbondenheid tussen hemel en aarde
Er is nog iets dat belangrijk is om te weten. Wij kunnen de mensen in de hemel, de heiligen, niet zien. Wij zijn op aarde en zij zijn in de hemel. Toch horen we bij elkaar. We zijn samen 1 familie, 1 Kerk, 1 volk van God.

Oefening van vertrouwen voor kinderen

We hebben nog een gebed. Het is een oefening van vertrouwen. Je kunt de oefening bidden als je merkt dat je niet echt op God durft te vertrouwen.

Oneindig Goede God,
Ik vertrouw op U,
want U heeft ons beloofd
dat U altijd bij ons bent
en dat wij altijd bij U mogen zijn.
Ik vertrouw ook op Jezus,
want Hij is uw Zoon.
Wilt U mij helpen altijd op U te vertrouwen
en niet te twijfelen aan uw liefde
Heer, geef mij steeds meer vertrouwen!
Amen.

Op 24 juni vieren we het feest van Johannes de Doper: ook wel Sint Jan.
Sint Jan leeft in de tijd van Jezus. Hij is de neef van Jezus. Hij bereidt de weg voor Jezus. In dit verhaal maken we kennis met Sint Jan.

Tekening gemaakt in 2015 door Luisa (13 jaar).

Zacharias en Elisabet zijn met elkaar getrouwd, maar ze hebben geen kinderen. Dit komt omdat Elisabet onvruchtbaar is. Op een dag komt er een engel bij Zacharias. Zacharias schrikt en is bang. Maar de engel zegt tegen hem: “Schrik niet, Zacharias, ik kom je vertellen dat Elisabet en jij een zoon zullen krijgen. Je moet hem de naam Johannes geven”. Hij zal je vreugde en blijdschap brengen. Zacharias zegt: “Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is ook al oud.” De engel antwoordt: “Ik ben Gabriël een engel van God. Hij heeft mij gestuurd om je dit blijde nieuws te vertellen. Omdat je me niet gelooft zal je zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop je zoon wordt geboren.”

Niet lang daarna wordt zijn vrouw Elisabet zwanger. Een paar maanden later krijgt Maria bezoek van de engel Gabriel. De engel zegt: “Maria, jij wordt de moeder van Jezus, maar je nicht Elisabeth krijgt over drie maanden ook een baby”. Als Maria dat hoort wordt ze helemaal blij. Ze gaat meteen naar haar nicht toe om te zien of ze soms ergens mee kon helpen. Zo is Maria nou eenmaal. Ze denkt er altijd aan om anderen te helpen. Elisabet woont in de bergen. Als ze aankomt begroet ze Elisabet. Meteen als Elisabet de begroeting van Maria hoorde, springt het kind in haar buik van blijdschap op. Dit kind is Sint Jan. Elisabet wordt dan heel blij, ze raakt vervuld met heilige Geest. Ze roept met luide stem: ‘Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot.

Dan is het zover. De zoon van Elisabet wordt geboren. Iedereen is dolblij, buren en familie. Elisabet vertelt de mensen dat het kind Johannes heet. Dat vinden de mensen vreemd. Ze zeggen: “Die naam komt in de familie toch niet voor.” Ze vragen het aan de vader Zacharias. Hij kan niet praten en daarom schrijft hij op: ”Zijn naam is Johannes.” Op hetzelfde moment kan hij zijn mond en zijn tong weer bewegen, en weer praten.

Johannes groeit op en wordt een flinke jongen. Als Johannes volwassen is gaat hij naar de woestijn. Daar zitten natuurlijk wilde dieren, maar daar geeft Johannes niet om. In plaats van een jas en broek draagt hij een hemd dat gemaakt is van de haren van de wilde kamelen uit de woestijn. Hij heeft een leren gordel om zijn heupen. Hij eet sprinkhanen en wilde honing. In die tijd krijgt Johannes in de woestijn een woord van God. Hij moet dat woord aan andere mensen doorgeven. Dat doet Hij. Hij gaat naar de rivier de Jordaan en begint het aan iedereen te vertellen. Hij zegt: “Laat je dopen, begin een nieuw leven, doe goede dingen, geen slechte dingen. Kom hier en laat je dopen, dan vergeeft God al je zonden, zo maakt God met jou een nieuw begin.” Veel mensen komen en laten zich dopen. Ze beginnen een heel nieuw leven waarin ze hun best doen het goede te doen en mee te doen met God. Johannes zegt de mensen ook dit: “Degene die na mij komt, is veel belangrijker dan ik, Hij heeft veel meer kracht van God. Ik waag het niet eens om mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de Heilige Geest.” Op een dag komt ook Jezus voorbij. Sint Jan ziet Hem en zegt tegen de mensen “Kijk, daar is Jezus. Hij is veel beter dan ik. Naar Hem moeten jullie luisteren”. Jezus gaat naar Johannes toe en zegt: “Ik wil me ook laten dopen”. Johannes zegt: “Dat kan niet Jezus, want U bent al helemaal schoon. U hebt nog nooit iets verkeerds gedaan. Het zou andersom moeten zijn: U zou mij moeten dopen”. Jezus antwoordt: “Toe maar, doop me maar, want Ik wil iedereen laten zien dat eigenlijk alle mensen zich door jou moeten laten dopen”. Johannes doet wat Jezus vraagt en laat Hem kopje onder gaan in de rivier. Meteen als Jezus uit het water komt, ziet Hij de hemel openbreken en de Geest als een duif op zich neerkomen. Er klinkt een stem uit de hemel die zegt: “Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie ik Vreugde vind”. Die stem is van God de Vader. Vanaf die dag af noemen we Johannes, Johannes De Doper.

Na de doop van Jezus gaat Johannes naar het paleis van koning Herodes. Dat is een gemene koning. Hij kijkt de koning recht in zijn ogen en zegt: “Koning, je bent nu wel heel machtig, maar je zou eigenlijk, net als alle mensen, en net als Jezus, je leven moeten veranderen en je laten dopen”. Herodes wordt kwaad en laat Johannes in de gevangenis zetten. In de gevangenis gaat Johannes de Doper door met te zeggen dat de koning zijn leven moet beteren. Uiteindelijk laat Herodes Johannes onthoofden.

MdM
Bronnen: Gezinsboek Advent en Kerst van pastoor Hagen, p. 38 en 40 en het verhaal van opa Klaas over Sint Jan KWD juni 2013.

Tekening gemaakt in 2014 door opa Klaas.

Kindergebed Johannes de Doper

Beste Sint Jan
U kwam uit de woestijn,
om de Doper van Jezus te zijn
Als ik in uw tijd had rond kunnen lopen
dan had ik me vast door u laten dopen.
Want ik wil ook eigenlijk altijd zijn
net als Jezus: eerlijk en rein
Amen

KvdP/MH

Beste Sint Jan
U kwam uit de woestijn,
om de Doper van Jezus te zijn
Als ik in uw tijd had rond kunnen lopen
dan had ik me vast door u laten dopen.
Want ik wil ook eigenlijk altijd zijn
net als Jezus: eerlijk en rein
Amen

Vraag kind
Hoe denkt u dat het is in de hemel?

Antwoord van pastoor Michel Hagen
Alles wat wij bedenken; gouden wegen, kroonluchters, kastelen… Het is allemaal waar en tegelijk ook weer niet waar. Zo precies is het niet. Jezus gebruikt allerlei beelden: leven, bruiloftsfeest, vaderhuis. Ik denk dat als je samen bent en dat voelt goed, je zit bijvoorbeeld lekker bij mamma en je voelt je gelukkig, het moment dat je je het allergelukkigst voelt als je bij elkaar bent, dat gevoel is belangrijk, dat zegt iets over de hemel.
Ik denk ook dat als we in de hemel komen we niet zitten te niksen.
We krijgen iets te doen. God zegt dan bijvoorbeeld: jouw familie heeft hulp nodig, ga jij maar vanuit de hemel je familie helpen. En zo krijgt iedereen iets te doen. Wij mogen God helpen.
Dat is wat ik mij bij de hemel voorstel.

Juni 2013.

Weten jullie nog dat we het laatst hebben gehad over vergeven? Vandaag willen het hebben over een speciale manier van vergeven. We zullen zo eerst uit het Evangelie lezen. Het gaat over een man die niet kan lopen, een lamme man. Hij zegt: “Ik heb verkeerd gedaan. Zal God mij willen vergeven en zal God dan niet meer boos op mij zijn?” Zijn vrienden zeggen: “ Ga mee naar Jezus”. Ze leggen de lamme man op een draagbed, een brancard en nemen hem mee naar Jezus. Luister maar…

EVANGELIE

Lucas 5, 17-26.

Jezus geeft les in een huis. Tussen de mensen in dat huis zitten ook Farizeeën en wetgeleerden. De mensen zijn uit allerlei plaatsen gekomen, vanuit de steden en dorpen van Galilea en Judea en uit Jeruzalem.
De kracht van God werkt sterk in Jezus zodat Hij weer zieke mensen geneest. Dan komen er mannen aan, met op een draagbed iemand die verlamd is. Ze zoeken een mogelijkheid om de lamme man binnen te brengen en voor Jezus neer te zetten. Maar er zijn zoveel mensen voor het huis en in de deuropening , dat niemand meer naar binnen kan. De mannen klimmen daarom op het dak van het huis. In het dak zit een opening. De mannen laten de lamme man op zijn brancard door het gat in het dak naar beneden zakken. Zo komt de lamme man vlak voor de voeten van Jezus terecht.
Jezus merkt dat deze mannen echt in God en in Hem geloven. Hij zegt : “Vriend, je zonden zijn je vergeven.”
De schriftgeleerden en farizeeën zijn het er niet mee eens. Ze denken: “Zoiets mag je toch niet zeggen. In onze Joodse godsdienst geloven we dat alleen God de zonden kan vergeven!”
Jezus weet wat ze denken. Hij zegt: “Wat denken jullie toch bij jezelf?! Wat zou gemakkelijker zijn; dat Ik zeg: “Je zonden zijn je vergeven”, of dat Ik zeg “Sta op en loop”? Maar jullie moeten weten dat Ik van God de macht heb gekregen om zonden te vergeven”
Dan zegt Jezus tegen de lamme man: “ Ik zeg je: “Sta op, neem je brancard mee en ga naar huis”.” De man staat meteen op, hij juicht tot God en hij prijst God. Hij neemt de brancard, waar hij op had gelegen mee en gaat naar huis. Iedereen staat er naar te kijken. Ze zijn stomverbaasd en beginnen ook te juichen en God te prijzen. Ze zijn erg onder de indruk en zeggen: “Vandaag hebben we ongelooflijke dingen meegemaakt”.

WE PRATEN NA OVER HET EVANGELIE

De dubbele genezing van de lamme
We horen in dit verhaal dat Jezus twee bijzondere dingen doet bij de lamme man.
Wat denk je welke twee dingen dat waren?
(…)
Inderdaad. Hij vergeeft de man zijn zonden en hij zorgt dat de man weer kan lopen. Hij geneest de man op twee manieren: van zijn zonden en van zijn lamheid.

Als eerste vergeeft Jezus de man zijn zonden. Daarna zorgt Jezus er voor dat de man weer kan lopen. Daar heeft Hij een bijzondere reden voor. Het heeft te maken met die schriftgeleerden en farizeeën die er ook bij waren. Zij vinden het maar niks dat Jezus zegt tegen de lamme man: “Je zonden zijn je vergeven”.
Dit komt omdat in de Wet van Mozes staat dat alleen God zonden kan vergeven. Zij geloven niet dat Jezus de zoon van God is en ze geloven daarom ook niet dat Jezus zonden kan vergeven. Ze geloven het niet en ze zijn er zelfs boos over: Wie denkt Jezus wel niet dat Hij is!?

Jezus weet wat ze denken. Hij weet ook dat je van de buitenkant niet kan zien dat iemands zonden zijn vergeven. Alleen God kan dat zien. Vergeving gebeurt binnen in iemand, in iemands hart. Jezus geneest de lamme man daarom van zijn lamheid. Dit kan iedereen zien. De man pakt zijn bed op en loopt. De genezing van de benen van de man is dus een teken dat ook de genezing van binnen echt waar is.

Het meisje van net 6 jaar

Als ik dit verhaal uit het Evangelie hoor, moet ik ook denken aan een meisje van net 6 jaar die ik laatst tegen kwam. Ik was met dat meisje aan het praten en toen vertelde ze me dat ze had gejokt tegen haar moeder. Haar broertje van 4 jaar was aan het huilen en toen vroeg de moeder van dat meisje of zij wist hoe dat kwam. Het meisje zei dat ze het niet wist. Maar ze wist het wel. Zij had haar broertje een klap gegeven. Ze wist niet eens waarom ze dat deed. Ze was gewoon opeens een beetje prikkelbaar en boos en toen ‘pats’, gaf ze een klap. Nu had het meisje spijt. Van de klap en van het jokken. Wat moest ze nu doen?

Wat zou jij tegen dat meisje zeggen, als ze jou zou vragen wat ze zou moeten doen?
(…)

Ja inderdaad het meisje kan bidden tot Jezus en aan Hem alles vertellen en ook zeggen dat ze spijt heeft. Ze kan zeggen: “Sorry Jezus dat was verkeerd. Ik wil het graag de volgende keer beter doen. Wilt U mij vergeven?”

En dan is er misschien nog iets wat dat meisje kan doen.
Weet jij dat?
(…)

Inderdaad het meisje kan ook ‘sorry’ zeggen tegen haar broertje. En ze zou aan haar moeder eerlijk kunnen vertellen dat ze heeft gejokt. Maar toen ik dat tegen haar zei, zei het meisje dat ze dat niet durfde. Ze was bang dat haar moeder boos zou worden.
Weet jij wat ze dan kan doen?
(…)
Ja ook dan kan ze bidden tot God en zeggen: Goede God ik wil het graag goedmaken, maar ik durf niet. Wilt u me helpen?

De biecht

Weten jullie ook dat Jezus aan priesters de bevoegdheid heeft gegeven om namens Hem zonden te vergeven? Weten jullie hoe dat sacrament heet?
(…)
Sacrament van Boete en Verzoening; mensen zeggen ook wel eens ‘de Biecht’. Wat je dan doet is dat je naar een priester gaat, bijvoorbeeld de kapelaan, de pastoor of de bisschop. Je vertelt de priester alles waar je spijt van hebt. Eigenlijk vertel je dat aan Jezus, maar via de priester. De priester vergeeft jou dan je zonden. Hij doet dat niet zelf, maar namens Jezus. Het is dus Jezus die je zonden vergeeft. En wat je in de Biecht aan de priester vertelt mag hij aan niet doorvertellen. Nooit en aan niemand. En dat doet hij ook niet.

Wat betekent vergeving door God?

Dat meisje over wie ik het net had wilde ook nog weten wat het precies betekent als God je vergeeft. Ik antwoordde toen dat het betekent dat je hartje weer helemaal schoon is. Alle dingen die minder goed waren zijn weg. God kijkt er niet naar en ziet alleen nog de goede dingen die over zijn. Je kan dan weer opnieuw beginnen met proberen om het goede te doen.

Je kan het ook vergelijken met een rugzakje. Hebben jullie een rugzak?
(…)
Je kan het je zo voorstellen: Steeds als je iets verkeerds doet word je rugzakje wat voller en daarom ook steeds zwaarder. Hoe zwaarder je rugzak, hoe lastiger het is om vooruit te komen. Als God je zonden vergeeft, wordt je rugzakje leeg geschud in de vuilnisbak en kan je weer lekker verder lopen met een leeg en licht rugzakje.

Sorry zeggen tegen God en vergeving vragen is dus heel fijn. Het helpt je om steeds weer opnieuw te beginnen en het daarna beter te proberen. We hebben daar ook een gebedje voor. Het is een gebed dat al heel lang bestaat. De oefening van berouw, maar dan speciaal voor kinderen.

Oefening van berouw voor kinderen

Barmhartige God,
Ik heb dingen verkeerd gedaan
Daar heb ik spijt van.
Spijt omdat het niet goed was
Maar vooral ook spijt
omdat het niet is wat U wilt.
Terwijl ik juist zoveel van U houd
en U zo goed voor mij bent
Lieve Jezus,
Ik zal proberen om niet meer te zondigen
Wilt U mij daar bij helpen
en mijn zonden vergeven ?
Amen

Back To Top